Plan U 121 (gebouwd in 1961)
Info over treinstel:

Eind jaren '50 bestelde de Nederlandsche Spoorwegen bij Werkspoor 42 driedelige dieseltreinstellen om de vooroorlogse dieseltreinen van het type Mat'34 te vervangen. Tussen 1960 en 1963 bouwde Werkspoor in Utrecht DE3 / Plan U-treinstellen. De Plan U's kregen, net als de eerste treinseries uit de jaren '50 (de Mat'54, Mat'57 en de TEE DE4), een grote neus. De neus was bedoeld om de machinist beter te beschermen bij een aanrijding. Bij de bouw van de nieuwe DE3-treinen gebruikte Werkspoor veel technieken die voor het eerst bij de Hondekoppen en de TEE-treinstellen werden toegepast. Net als de DE4-dieseltreinen, waarbij centrale deursluiting voor het eerst bij NS werd toegepast, waren de Plan U's ook voorzien van dit nieuwe systeem. De DE3'en waren tevens voorzien van een omroepinstallatie en waren hiermee de eerste treinen van NS. De treinstellen hebben een diesel-elektrische aandrijving waarmee ze maximaal 130 km/u kunnen rijden. De Plan U's gebruikten dezelfde motoren als de TEE DE4-treinstellen. De Plan U's wogen 137 ton, wat voor zulke treinen relatief licht is. Dit werd bereikt doordat de constructies werden gelast en veel aluminium en kunststoffen werden gebruikt. Door hun lage gewicht konden de DE3'en sneller optrekken dan hun voorgangers. Voor de deuren waarbij de reizigers instappen, werden schuifdeuren bij de DE3-treinen toegepast. De technieken die bij de DE3-dieseltreinen werden gebruikt, zouden later door Werkspoor worden toegepast en verder verbeteren bij de elektrische Mat'64-stoptreinen. De Plan U-treinstellen waren mechanisch te koppelen met alle bestaande treinstellen van NS. Vanwege de vele nieuwe technieken konden ze echter niet elektrisch worden gekoppeld. De Plan U's kregen de nummers 111 t/m 152. De treinstellen beschikten over 24 eerste klas zitplaatsen en 168 tweede klas zitplaatsen. Vanwege hun rode kleur kregen de Plan U's snel de bijnaam 'Rode Duivel'. De schuifdeuren van de treinen waren bij aflevering ook rood geschilderd, later werden deze donkergrijs geschilderd. De NS 115 reed op 12 februari 1961 geheel zelfstandig vanuit Utrecht naar de klimaatkamer van de ORE in Wenen. Hier werd het treinstel getest onder extreem zware weersomstandigheden. In het begin werden de nieuwe treinstellen ingezet op de belangrijkste diesellijnen van Nederland. Dit waren de spoorlijnen Dordrecht – Geldermalsen, Zwolle – Emmen en Nijmegen – Roermond. Daarnaast, en vooral in hun latere leven, reden de Plan U's ook op de veel rustigere lijnen.

In de jaren '60 ging het slecht met de Nederlandse Spoorwegen. De reizigersaantallen liepen terug, omdat steeds meer mensen een auto konden kopen. Daarnaast liep het goederenvervoer ook terug door de opkomst van vrachtwagens en de vondst van het Groningse gasveld. Om de verliezen tegen te gaan, besloot NS flink te investeren in het rijden van meer treinen en het hele bedrijf een nieuwe, frisse huisstijl te geven. Het ontwerpbureau Teldesign, waar Gert Dumbar werkte als grafisch ontwerper, kreeg in 1967 van NS de opdracht om een geheel nieuwe huisstijl te ontwerpen. Gert Dumbar ontwierp het nieuwe logo en NS kreeg ook bedrijfsbreed een nieuwe, frisse kleur: geel. Alle treinen werden geel gemaakt, met onderling wel enkele verschillen. De stoptreinen kregen op elk rijtuig drie schuine blauwe strepen. Op 11 januari 1968 werd de eerste trein, voorzien van de opvallende gele huisstijl, gepresenteerd aan de pers. Het betrof een Mat'64-treinstel dat vers uit de fabriek kwam. NS wilde geen extra kosten maken om het rijdende materieel te voorzien van de nieuwe gele kleur. Daarom werd besloten om de treinen enkel te schilderen als ze voor andere werkzaamheden al in de werkplaats waren. Alle treinen kregen wel snel het nieuwe NS-logo op de originele huisstijl. Het duurde van 1968 tot eind jaren '80 tot alle treinen in de oude huisstijlen waren overgeschilderd of gesloopt. De 2275, die bewaard is gebleven, is hierop de uitzondering. De locomotief behield tot zijn buitendienststelling in 1994 de bruine kleur.

De DE3-dieseltreinen waren bij hun bouw voorzien van schuifdeuren. Deze gaven in de winter door de sneeuw veel problemen, waardoor ze volledig blokkeerden. In 1971 en 1972 werden alle Plan U's voorzien van zwenk-zwaai-deuren, hetzelfde type dat werd toegepast in de Mat'64-treinstellen. Begin jaren '80 kregen alle DE3'en een grondige revisie. Tijdens deze revisie kregen alle treinen onder andere nieuwe motoren van het type SACM 12-cilinderdieselmotor. De onderdelen van de oude motoren waren lastig te leveren. De nieuwe motoren hebben veel gelijkenissen met de motoren die werden toegepast in de 2400-locomotieven. Vier treinstellen, waaronder de 115, werden als proef voorzien van een nieuw type ramen. Voor deze 'sprinter'-ramen werd het casco van de treinstellen aangepast. De andere Plan U's kregen deze ramen niet; de vier treinstellen behielden ze wel.

   

Op 29 juli 1991 werd in de Europese Unie de nieuwe richtlijn 91/440/EEG aangenomen, waarin staat dat directe staatsexploitatie van spoorwegen werd verboden, er een scheiding moet zijn tussen de beheerder van de infra en de spoorwegmaatschappijen en dat nieuwe vervoerders treindiensten zouden moeten kunnen uitvoeren. In Nederland werd in 1992 de commissie-Wijffels aangesteld om te onderzoeken hoe dit in Nederland toegepast zou moeten worden. Er werd besloten om niet het hele spoorwegnet, zoals men in Engeland wel deed, te liberaliseren maar slechts de verliesleidende spoorlijnen aan te besteden. De niet-rendabele lijnen zouden vanuit de provincies worden aanbesteed en het bedrijf dat de goedkoopste dienst kon uitvoeren, won voor een aantal jaar de concessie. In samenspraak met de Nederlandse Spoorwegen kwamen ongeveer dertig nevenlijnen in aanmerking om te worden geprivatiseerd. De nieuwe vervoerder Oostnet reed op 24 mei 1998 de eerste trein op een van NS overgenomen baanvak. De private vervoerder nam de rijvaardige 180 en de 186 en het plukstel 164 over van NS om de dienst tussen Almelo en Mariënberg te rijden. Na de spoorlijn Almelo - Mariënberg werden meer onrendabele spoorlijnen aanbesteed. Vervoerder Syntus verzorgde vanaf mei 1999 de treindiensten tussen Doetinchem - Winterswijk en Winterswijk - Zutphen. Net als in Twente werd voor de treindienst dieselmaterieel van NS gebruikt. Totdat de nieuwe dieseltreinen van het type Lint 41/H van Syntus gereed waren huurde het bedrijf vier oude Plan U-treinstellen van NS. De nummers 113, 114, 115 en 125 werden vanaf 1999 door Syntus ingezet op de spoorlijn Arnhem - Winterswijk en Winterswijk - Zutphen. In 2001 werd de 125 gewisseld met de 112. Toen de nieuwe Linten gereed waren, leverde Syntus de gehuurde DE3'en in 2002 weer in.

In de jaren '90 bestelde NS 53 nieuwe tweedelige dieseltreinstellen van het type DM'90 om de oude Blauwe Engelen en de Plan U-treinstellen te vervangen. De nieuwe Buffels werden tussen 1996 en 1998 geleverd. In 1997 begon NS met het seriematig buitendienststellen van de DE3'en. Vanwege materieeltekort besloot NS het afvoeren van de Plan U's te stoppen en vijftien stellen zelfs grondig te reviseren. De treinstellen (waaronder de 121 en de 151) werden ontdaan van asbest, kregen geheel nieuwe dieselmotoren (gebouwd door Wartsila), de wisselstroomgenerator in de machinekamer werd vervangen door een Bredenoord-aggregaat in de bagageruimte, de treinen kregen een opvallende nieuwe koeling op het dak voor dit aggregaat en het interieur werd volledig vernieuwd. Tevens werden vijf treinstellen voorzien van het beveiligingssysteem ATB-NG. De revisies werden tussen 2000 en 2002 uitgevoerd. De treinstellen die ATB-NG ingebouwd kregen werden hernummerd naar de 191 t/m 195. De vijftien Plan U's werden ingezet op de volledig geëlektrificeerde trajecten Eindhoven - Weert en Zwolle - Groningen. De gereviseerde DE3'en nam NS eind 2003 al uit dienst. Hierdoor waren de treinen nog in een zeer goede staat toen ze aan de kant gingen. NS besloot de treinstellen te conserveren voor een eventuele verkoop.

De vervoerder Bratislavská regionálna koľajová spoločnost (BKRS) uit Slowakije had als eerste interesse in de oude Plan U's en besloot de stellen 116, 117, 125, 151, 191 en de 193 te kopen. De 125 en de 193 vertrokken op 11 mei 2007 als eerste naar Slowakije. De treinstellen werden ingesloten door twee koppelwagens en door de 1773 naar Bad Bentheim gebracht. In Slowakije werden de treinstellen, en de Nederlandse koppelwagens, in Bratislava geparkeerd. Nadat beide DE3'en waren aangekomen besloot BKRS toch niet voor de treinen te betalen. De treinen bleven in Bratislava staan en beide Plan U's en de koppelwagens werden uiteindelijk daar gesloopt. Na BKRS was het Roemeense Ferotrans geïnteresseerd in de Plan U's van NS. NS verkocht dezelfde stellen die aan BKRS waren verkocht en nog in Nederland waren gebleven. Ter vervanging van de 125 en de 193, die nog in Slowakije stonden, verkocht NS ook de 195 aan Ferotrans. De Stichting Historisch Dieselmaterieel kon hun rode DE3 113 ruilen met de 151 van NS. De 151 verkeerde namelijk in een veel betere staat dan de 113. Uiteindelijk bleek dat Ferotrans ook niet betaalde en NS liet de vijf Plan U's in 2019, samen met 37 1700'en en veertien DDM-rijtuigen slopen bij HKS Metals in Amsterdam.

NS probeerde de Plan U 121 na zijn buitendienststelling aan Bratislavská regionálna koľajová spoločnost (BKRS) te verkopen. Uiteindelijk werd de 121 verwisseld met de 151, waardoor de 121 toch niet verkocht werd. De Haarlem IJmuidense Spoorweg-Maatschappij (HIJSM) nam in mei 2007 het treinstel over. De stichting beschikte al over de rode Plan U's 113 en 115. De 121 werd datzelfde jaar ook teruggebracht in haar rode kleurstelling. In de nacht van 21 op 22 februari 2009 braken vandalen de deuren van de Plan U's en de DE2's van de HIJSM open. Alle ruiten werden ingeslagen, banken werden opengesneden, graffiti werd op de treinstellen gespoten, brandblussers werden leeggespoten en er werd zelfs geprobeerd brand te stichten. Dat laatste mislukte gelukkig. De schade werd voorzichtig geschat op enkele tonnen. In die nacht werd ruim acht jaar aan hard vrijwilligerswerk vernietigd. De HIJSM probeerde de schade te herstellen, maar dat was een onmogelijke taak. De HIJSM werd opgeheven; zij konden het financieel niet rondkrijgen. WIJS ging nog wel verder om de IJmuiderlijn weer in dienst te krijgen. Al het materieel van de HIJSM werd ondergebracht bij WIJS. In 2010 werd besloten om de IJmuiderlijn te slopen en een busbaan aan te leggen. Na dat besluit beëindigde WIJS ook haar activiteiten.

De Stichting Historisch Dieselmaterieel (SHD) nam in 2010 de Plan U's 113 en 121 en de koppelwagen 40 84 944 1 534-7 over van WIJS. De SHD heeft tussen 2013 en 2015 enkele werkzaamheden aan haar 121 verricht om deze te reviseren. Deze revisie is later helaas stil komen te liggen. Sindsdien staat de Plan U in Amersfoort opgesteld, samen met de rest van het materieelpark van de Stichting Historisch Dieselmaterieel. De staat van de 121 is helaas erg achteruit gegaan.

 
De Plan U 121 staat in Amersfoort op betere tijden te wachten. 28 juli 2024. © TreinenInNederland.nl
 
Diesel-III 121 van de SHD tijdens Amersfoort Dieselt 2015. Amersfoort, 13 juni 2015. © TreinenInNederland.nl
 
Plan U 121 tijdens Amersfoort Dieselt 2014. Amersfoort, 28 juni 2014. © TreinenInNederland.nl
 
De cabine van de Diesel-III 121. Amersfoort, 28 juni 2014. © TreinenInNederland.nl
 
 
De binnenkant van de Diesel-III. Amersfoort, 28 juni 2014. © TreinenInNederland.nl
 
 
Plan U 121 te Amsterdam Centraal. © Dennis Jonkhout
 
Plan U 121 tijdens de NS-Publieksdag 150 jaar station Amersfoort. 15 september 2013. © TreinenInNederland.nl
 
Plan U 121 staat te wachten op het station van Schin op Geul tijdens het Dieselweekend bij de ZLSM. 22 september 2007. © Fabian Jonas
 
Plan U 121 te Schin op Geul. 22 september 2007. © Fabian Jonas
 
Plan U 121 te Eys. © Fabian Jonas